Uit je hoofd en in de vingers

In dit blog beschrijf ik de stappen die ik doorloop bij het instuderen van een nieuw stuk, die mij helpen om in actie te komen. Na het “hoofdwerk” begin ik met de eerste fysieke taak: de vingerzetting. Bij mij werkt het vaak zo: als ik in mijn hoofd blijf “hangen”, kom ik niet in beweging oftewel: met je hoofd alleen bereik je niets als je lichaam niet in actie komt. Een goede manier om dit te doorbreken is voor mij: even piano studeren. Als ik geconcentreerd studeer, denk ik nergens anders meer aan. Ik maak voortdurend keuzes en neem beslissingen aan de lopende band. De resultaten van mijn beslissingen geven onmiddellijk feedback over de kwaliteit ervan. Bevalt het resultaat niet, dan maak ik een andere keuze. De afgelopen dagen heb ik een etudeboek bestudeerd waaraan een leerling binnenkort gaat beginnen. Onder het motto “een goed begin is het halve werk” ben ik begonnen met het lezen en analyseren van het notenbeeld en heb ik een globale planning gemaakt voor het instuderen.

Analyse

Het eerste wat ik doe, is hoofdzaken van bijzaken onderscheiden door melodie en begeleiding te bepalen. Vervolgens wordt al snel duidelijk welk technisch of muzikaal vraagstuk in de etüde behandeld wordt.

Vingerzetting

Dan ga ik een handige vingerzetting bedenken. Ik kijk naar de omvang (het aantal toetsen van de laagste tot en met de hoogste toon) van iedere passage of motief en hou rekening met het beoogde verschil tussen melodie en begeleiding. Het kiezen van een goede vingerzetting is voor veel leerlingen lastig. Zoals uit het voorgaande al blijkt, vereist dit een zeker overzicht over de muziek. Gewoon even uitproberen werkt het beste, maar zorg voor variatie en evalueer bewust! Omdat onze hersenen graag bekende patronen aanhouden, kun je het beste een passage maximaal drie keer spelen en dan eventueel iets anders proberen. Gun jezelf de tijd om te voelen of het lekker speelt en luister ook naar het verschil bij een andere vingerzetting!

Tempo bepalen

Het tempo is ook een belangrijk aandachtspunt bij het kiezen van een vingerzetting. Wat goed aanvoelt in een rustig tempo, kan heel onhandig blijken als het sneller gaat. Natuurlijk hoef je niet meteen op volle snelheid te spelen, maar probeer een sneller tempo wel alvast uit als je een passage een beetje in de vingers hebt.

Welke articulatie = welke boodschap

Minder in het oog springend, maar des te meer hoorbaar is de articulatie in een zin. Zoals leestekens in een tekst zelfs de betekenis van een zin kunnen veranderen, zo klinkt in een andere articulatie een andere muzikale boodschap door. Vaak is dit aan een bepaalde stijlperiode gebonden. Ook bij de articulatie moeten we goed op de vingerzetting letten. Als twee opeenvolgende tonen los van elkaar moeten klinken (staccato), kun je bijvoorbeeld twee keer dezelfde vinger gebruiken, of juist twee verschillende vingers als je dezelfde toets nog eens speelt. De articulatie versterkt vaak het metrum. In de vingerzetting kun je hier rekening mee houden door de noten zonder maataccent met de kortere vingers (ringvinger en pink) te spelen. Of juist niet, als je een lichte aanslag met duim, wijs- en middelvinger wilt oefenen! In een legato (= gebonden) passage is een gelijkmatige aanslag heel belangrijk. Legato spelen houdt in dat de tonen vloeiend in elkaar overgaan. Pianistisch realiseer je dit, door de ene toets los te laten op het moment dat je volgende aanslaat.

Nu ben ik benieuwd naar jouw ervaringen. Hoe kies jij een vingerzetting? Hou je meer van legato of staccato? Of juist van afwisseling? Wat speelt voor jou het fijnst en waarom?

Laat hieronder je reactie achter en/of deel dit artikel met vrienden. Alvast bedankt! Als blijk van waardering voor je reactie stuur ik je graag de eerste stappen van mijn stappenplan voor het instuderen van een nieuw stuk toe. Als je ook de volgende stappen wilt ontvangen, schrijf je dan gratis in op Concert Service Themes!