Het juiste tempo

Deze week het (tweede) vervolg op “Musiceren als hersengymnastiek”: na het be- en instuderen van het notenbeeld ga je aan het juiste speeltempo werken. Hoe bepaal je het juiste tempo en hoe realiseer je dat? Volg deze aanwijzingen en leer ontspannen snel of langzaam te spelen!

Het juiste speeltempo bepalen

Vaak hoor je docenten zeggen: eerst langzaam oefenen! En voor de pianisten: eerst handen apart! Je hebt immers tijd nodig om je de beweging eigen te maken, het “in de vingers te krijgen”. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is om je beweging zo te doen dat je vingers (stem) ongeacht het tempo soepel kunnen spelen (zingen).

Door je de beweging eerst voor te stellen en dan pas te doen, bespaar je veel tijd. Als je in gedachten speelt of zingt, activeer je de betrokken hersencellen al. En het klinkt misschien raar, maar het is echt waar: je kunt je de beweging niet sneller voorstellen (denken) dan je vingers (of je stem) aankunnen!

Bij het bepalen van het juiste tempo kijk je in de eerste plaats naar het notenbeeld. Wat heeft de componist willen uitdrukken? Soms staat het tempo voorgeschreven door middel van een metronoomcijfer, dat uitdrukt hoeveel noten van de aangegeven waarde er in één minuut gaan. Bijvoorbeeld: ♪ = 60 geeft aan dat de achtste noot één seconde duurt.

Als er geen precies omschreven toonduur aangegeven staat, kan een tempo-aanduiding een indicatie zijn. Op een metronoom kun je zien welk tempo correspondeert met welke aanduiding. Ook zijn er componisten die onder hun compositie de speelduur aangeven.

Ontbreekt ook een tempo-aanduiding, dan kun je kijken naar het verloop van de melodie en de harmonie (de akkoorden). Grofweg kun je stellen: hoe meer er gebeurt in de melodie en harmonie, hoe langzamer het tempo. Onze oren hebben tijd nodig om alle informatie te verwerken.

Hoe realiseer je het juiste tempo?

Bij veel spelers en zangers roept een snel tempo bij voorbaat al spanning op. Dit probleem is vrij eenvoudig op te lossen, namelijk door consequent te werken aan een correcte voorstelling van de beweging in de muziek, van je vingers en de rest van je lichaam.

In een snel tempo vinden velen het lastig om het langer vol te houden dan een maat of enkele tellen. Begin dus te oefenen met korte stukjes! Oefen de handen (of koorpartijen) wel apart, maar voeg ze zo snel mogelijk samen. De eerder geoefende hand (stem) zit dan nog vers in het geheugen.

Neem steeds even tijd om de informatie op te slaan en herhaal veel en vaak. Zeven keer herhalen is beslist niet te veel, maar geeft juist een gevoel van zekerheid. De herhalingen integreren in de muzikale beweging zorgt ervoor dat je klankvoorstelling intact blijft.

Deze manier van studeren zal ik verduidelijken met een kort voorbeeld: het eerste deel uit de etüde opus 100 nummer 7 van Friedrich Burgmüller. Je hoort eerst het eerste deel van Le courant limpide en vervolgens de melodie en begeleiding, de akkoordbrekingen per twee tellen en tenslotte per maat. De fragmenten eindigen steeds op de tel volgend op het fragment. Na ieder fragment is er een of meer tellen rust om het fragment in gedachten na te kunnen spelen. Als je meer tijd wilt, kun je natuurlijk ook even op de pauzeknop klikken.

 

Hoe werkt deze oefenmethode voor jou? Meld je ervaringen in het commentaarveld hieronder en als je dit waardevolle informatie vindt, deel het dan met je vrienden, familie en/of collega’s. Dat waarderen wij zeer!