Tien tips om met plezier te oefenen!

Bereik je met het oefenen thuis je gewenste doel?
Heb je plezier in het thuis oefenen? Wat maakt het oefenen leuk voor jou?
Kortom: hoe haal je het maximale resultaat uit het oefenen thuis?

Lees hieronder hoe je dit kunt bereiken.

1. Luisteren: wat hoor je? 

Vrolijk of droevig, zacht of luid, snel of langzaam, marcheren of schommelen, wandelpas of looppas, lange of korte zinnen. Begin, adempauze, einde: waar “loopt” de melodie naar toe, welke tonen hoor je vaak terugkomen? Is er een duidelijk verschil tussen de begeleiding en de melodie of lopen ze in elkaar over? Hoor je delen van de melodie (fragmenten) ook op andere momenten terugkomen? Hoeveel maten zitten er in een zin? Hoor je het verschil in toon als je hard duwt of slaat op de toetsen en als je de toets meeneemt? Luister en geniet!

2. Voelen

Welk gevoel of emotie geeft de muziek je? Kun je (iets van) jezelf in je muziek kwijt? Hoe doe je dat? Tastzin: voelen je vingers lekker soepel aan als je speelt, of krijg je juist een stijf gevoel? Voel het verschil als je je armen aanspant of los laat hangen.

3. Bewegen

Welke spieren gebruik je? Wat speelt het gemakkelijkst? Wat gaat sneller: een klein tikje met de vinger of een duw met je arm? Welke vinger zet je op welke toets, wat is handig voor jou? Hoe zet je je vingers zo neer, dat je een zin mooi en gemakkelijk kunt uitspelen?

4. Noten lezen

Dit maakt je onafhankelijk, je kunt zelf ontdekken hoe een stuk klinkt als je goed noten leest. Noten lezen is makkelijk als je begrijpt hoe het systeem werkt: a, b, c, d, e, f, g loopt omhoog, omlaag is andersom. Lees het blog over noten lezen nog eens!

5. Iets vertellen met muziek

Sommige muziek is geschreven vanuit een (eerder) bedacht verhaal, maar veel muziek vertelt gewoon haar eigen verhaal. Waar wordt het spannend, waar weer rustiger en hoe hoor je dat? Soms zitten er grappen of verrassingen in muziek. Bedenk jouw verhaal bij de muziek.

6. Vrij spelen

Hier zitten twee kanten aan: je eigen muzikale verhaal vertellen, ook wel improviseren genoemd, en het onbevangen genieten van wat je vingers met de toetsen doen en hoe dat dan klinkt. Vaak lukken dingen die moeilijk lijken als je ze opgeschreven ziet, wel als je vrij (lees: ontspannen)speelt.

7. Bedenk wat de componist bedoelt

In welke tijd leefde of leeft de componist? Hoe hoor je dat in de muziek? Wat voor “formules” gebruikt de componist?

8. Hoe je dat kunt laten horen

Professionele musici noemen het uitvoeringspraktijk, maar je kunt er natuurlijk ook je eigen draai aan geven. WAT HET BESTE BIJ JOU PAST!

9. De automatische piloot

Waarom is deze nodig? Een hand speelt de melodie en heeft je aandacht nodig, de andere hand begeleidt op de “automatische piloot”. De automatische piloot is een computer en je hersenen werken op een soortgelijke manier. Je studietechniek is belangrijk: wat je verkeerd instudeert (programmeert), komt er steeds weer verkeerd uit en het herprogrammeren kost vaak veel tijd en energie. Maar er is ook goed nieuws: wat je één keer goed hebt geleerd, blijft heel lang in je spiergeheugen. Sleutelwoorden zijn aandacht en concentratie.

10. Stuntvliegen

Ook wel techniek genoemd. Techniek is een middel, geen doel! Het doel is ontspannen en vooral: met plezier spelen. Middelen zijn: een goede zithouding, de juiste spieren gebruiken (het “in de vingers krijgen”), klank aan grepen en noten kunnen verbinden. Goed lezen helpt je hoofdzaken van bijzaken te onderscheiden, welke tonen (noten) zijn belangrijker dan andere en waarom? Ook in een goede pianoles moeten deze onderdelen aan bod komen.

 Wat vind jij nog meer belangrijk bij het musiceren? Laat het mij weten en plaats je commentaar in het veld hieronder!