O, die cijfers!

Wil jij gemakkelijk al die verschillende cijfers in muziek uit elkaar houden? Lees hier welke voor je spel belangrijk zijn en waar ze voor staan!

Tellen, rekenen: zelf heb ik er nooit veel mee gehad en (niet toevallig, denk ik) ontmoet ik ook niet zo vaak mensen die er wèl lol in hebben. Toch worden cijfers en getallen vaak als belangrijke gegevens beschouwd, ook in de muziek.

In goede composities vind je bijvoorbeeld op de gulden snede vaak een bijzonder muzikaal gegeven. Ons toonsysteem is gebaseerd op de boventoonreeks, de hogere frequenties die meeklinken met iedere grondtoon. (Alleen een toongenerator kan boventoonloze tonen produceren, die klinken dan ook heel vreemd en kleurloos.)

Zeker voor beginnende pianoleerlingen kunnen al die cijfers erg verwarrend zijn: hoeveel tellen in de maat, welke notenwaarde duurt een tel, welk nummer hoort bij welke vinger, wat gebeurt er met de vingernummers als ik omhoog speel, hoeveel witte toetsen, hoeveel zwarte, hele en halve toonsafstanden, hele, halve, kwart- en achtste noten, wat betekent het nummer bij de maatstreep, hoeveel tellen zitten er in een minuut, enzovoort.

De maat en het (aantal) tellen

Vooral de maatsoort en met name de teleenheid vraagt om duidelijke uitleg. De maataanduiding bestaat uit twee cijfers. Het bovenste geeft het aantal tellen aan, het onderste de teleenheid of anders gezegd: welke noot duurt één tel. Vooral schoolkinderen lezen de maatsoort nogal eens als een breuk, maar daar heeft het dus niets mee te maken.

Als we de maataanduiding van boven naar onder uitspreken, kan het duidelijker worden: in een vierkwartsmaat zitten vier tellen en de kwartnoot duurt een (hele) tel. Hoe lang duurt dan een halve noot? Denk eerst goed na, voordat je antwoordt!

Een rekenvoorbeeld: we gaan een stukje spelen in vierkwartsmaat en op een zeker moment komen we bij een maat met maar drie noten erin en geen rust. Als we daarvoor steeds vier noten per maat gespeeld hebben, is de kans groot dat we ook in deze maat gewoon doorspelen.

Om de maat te vullen, moet er een langere noot in staan. En dan slaat de verwarring toe: tellen, rekenen of allebei? Op welke tel(len) moet ik spelen? Wanneer moet ik de toon aanhouden en loslaten? Hoe lang of hoeveel tellen duurt een toon? Drie noten, zoveel vragen.

Nog ingewikkelder wordt het, als er meer dan vier noten in de maat staan. Omdat de maten even lang blijven duren, moeten er dus een aantal kortere of beter: snellere noten in de maat staan. Het bekendste voorbeeld: “alle klokken luiden” (zes noten, vier tellen) gaat bij alle beginners de eerste (paar) keer fout.

En als je het rekenkundig bekijkt, lijkt het helemaal een chaos! Zes noten in vier tellen, dat kan toch niet? De achtste noot die een halve tel duurt, huh??! Of vanuit een andere invalshoek: waarom duurt “dezelfde” kwartnoot in een vierachtste maat opeens twee tellen?1

Sommige rekenwonder(tje)s zie je dit bijna letterlijk in hun hoofd verwerken. Wat voor de meerderheid het meest verwarrend lijkt, is het gegeven dat een notenwaarde geen vaste duur in tellen of meetbare tijd heeft. Het enige dat wel vaststaat, is dat noten hun waarde ontlenen aan hun onderlinge verhouding. Net als mensen…

In een volgend blog ga ik graag dieper in op getallen en hun verhoudingen in muziek. Jouw input is daarbij zeer welkom. Laat hieronder weten, over welke onderwerpen je meer wilt weten. Als dank voor je bijdrage stuur ik je de laatste versie van het Antiploeter-stappenplan (fase 5) waarin behandeld wordt hoe je gemakkelijk je speeltempo kunt opvoeren.


[1 Omdat de achtste noot één tel duurt.]