Uit je hoofd spelen: motorisch en muzikaal geheugen

Vind jij zonder bladmuziek spelen of zingen moeilijk, eng of zelfs ondoenlijk?

Hier is een lijstje met oplossingen.

  1. Kies een studietechniek die het beste bij jou past:
    1. Leer het notenbeeld uit je hoofd. Lastige passages overschrijven is een goed hulpmiddel.
    2. Luister (in gedachten) naar de muziek, zing het in je hoofd mee.
    3. Speel of zing het stuk in gedachten; onthoud de toetsen, vingerzetting en speelbeweging. Wat in je lichaam is verankerd hoef je niet meer te ont-houden. Je kunt het loslaten en vertrouwen op je vingers. (Als je het tenminste goed hebt ingestudeerd!) Voor zangers werkt het anders: het inwendig horen en daadwerkelijk uitvoeren liggen heel dicht bij elkaar. Toch kan ook een zanger bepaalde bewegingen onthouden zoals ademsteun in de flanken, ademhalen op een bepaald punt, plaatsing van bepaalde noten en woorden, een gevoel van ontspanning in het strottehoofd of middenrif.
    4. Een combinatie van de voorgaande technieken is de theoretische benadering, waarbij je het stuk onthoudt als een reeks muzikale patronen (toonladders, gebroken akkoorden, akkoordopeenvolgingen, omspelingen enzovoort).
    5. Voor de “lucky” few: met een fotografisch geheugen de bladmuziek als het ware voor je zien.
  2. Gebruik methodes uit computerspelletjes
    1. Herhalen tot het goed gaat en je het doorhebt
    2. Geduldig wachten tot het zover is
    3. Geconcentreerd oefenen werkt sneller
    4. In korte stukjes oefenen: grote taken zijn sneller klaar als ze in kleinere delen worden gesplitst
    5. Begin met iets makkelijks en bouw daarna op in moeilijkheidsgraad
    6. Het spel geeft nooit toe aan de speler als deze het level nog niet beheerst: kweek doorzettingsvermogen
    7. Blijf alles gebruiken wat je in het spel geleerd hebt om steeds meer tijd te besparen
    8. De weg naar je doel is zeker zo leuk als het doel zelf: je kunt meer plezier hebben van het oefenen dan uiteindelijk van het stuk kunnen spelen.
  3. Geheugentraining als een spel: vier het (beloon jezelf) als je door bent naar de volgende taak! Ben je er nog niet door? Bedenk een spannend verhaal bij de lastige plekken, geef ze een naam of maak er een tekening van. Oefen de betreffende plek(ken) nog een (paar) keer en probeer het dan opnieuw vanaf het begin.
  4. De handgeschreven kopie in > 10 minuten. Als je denkt, dat je een passage uit je hoofd kent, schrijf dan de eerste acht maten uit je hoofd op. Denk eerst aan de maatsoort, voortekens, het ritme, tempo (hoeveel tellen per minuut?) en dynamiek. Je mag tussendoor nadenken of het even doorspelen (zingen), maar niet in je bladmuziek kijken. Bedenk ook in welke maat en op welke sterkte een crescendo of decrescendo begint en eindigt en welke tonen verhoogd of verlaagd worden.
  5. De schets: begin met een globale beschrijving van de passage of het stuk en vul daarna de details in. Vergelijk het met voorstudies bij een schilderij.
  6. Het reizende boek:
    1. Begin met de bladmuziek voor je neus
    2. Verschuif het boek / blad een eindje op de standaard
    3. Leg de muziek plat neer, nog wel zichtbaar maar lastiger te lezen
    4. Leg de muziek op kniehoogte
    5. Op de grond naast de voeten
    6. Op de grond achter je
    7. In een hoek in de kamer
    8. In een andere kamer
  7. De stoomwals: een maat of passage onthouden door stampen en herhalen zoals de rijtjes van voorzetsels met bijbehorende naamval in het Duits of de elementen uit het periodiek systeem. Oefen er steeds een tegelijk. Ter controle: quizvragen stellen over de passage en deze schriftelijk beantwoorden. Neem er steeds één bij en combineer de gememoriseerde stukken in de volgende quizronde. Werk beurtelings van voren naar achter en van achter naar voren.
  8. Voor langere stukken: een parade korte stukjes. Overwin de misvatting dat je geheugen vol raakt! Zelfs musici met ernstig geheugenverlies zijn in staat om zich bepaalde stukken te herinneren als ze eenmaal beginnen te spelen, al dan niet van bladmuziek. Onderzoek heeft bovendien uitgewezen dat bewegen positief werkt op alle hersencentra die betrokken zijn bij het geheugen.

Nu ben ik benieuwd wat voor jou het beste werkt. Heb je zelf nog een andere manier bedacht om iets uit je hoofd te leren? Deel het dan hieronder!  En voel je vrij om dit artikel te verspreiden.
[ De technieken in deze blog zijn vertaald uit “The Practice Revolution” van Philip Johnston.]